Selecteer een pagina

Veel mensen zingen in een koor, vooral vanwege de wekelijkse repetitie-avonden. Heerlijk om met een groep gelijkgestemden een koorwerk stapje voor stapje onder de knie te krijgen. Het publieke optreden is dan een proeve van bekwaamheid: kijk eens! Het is ons gelukt! Voor een enkeling is zo’n optreden een hinderlijke onderbreking van de wekelijkse repetitiepraktijk – zij nemen het optreden op de koop toe. Er zijn echter ook koorleden die zo’n openbaar optreden euforisch afsluiten en ook een beetje spijt voelen. Jammer dat het bij die ene openbare proeve van bekwaamheid blijft – zeker als blijkt dat het publiek weer eens een staande ovatie brengt en na afloop vol complimentjes naar je toe komt. Konden we nog maar ergens….

Wat voor publiek?

Ik moet toegeven, ik behoor tot deze laatste categorie en deze blogreeks is vooral vanuit die behoefte geschreven. Het is me ook (deels) al gelukt: dat we Herman Finkers ook als scratch-evenement en bij Podium voor de Stad hebben kunnen brengen is mede te danken aan mijn voortdurende pleidooi hiervoor. Wellicht hebben we hiermee een ideale formule voor komende programmering te pakken. Dan is het ook goed om eens na te denken over wat voor koor we nu eigenlijk willen zijn en waarmee we ons publiek willen verblijden, maar vooral: wat voor publiek willen we trekken? Het valt me op dat in de korenwereld daar nauwelijks over wordt nagedacht; alleen wordt wat meewarig gekeken naar de groep oudjes die, al dan niet met rollator of ander hulpmiddel, weer trouw de kerkbankjes inschuifelt. ‘Gelukkig, ze zijn er nog….’

Groeimarkt

 Maar eigenlijk moeten we ons geen zorgen maken over de leeftijd van ons publiek. De groep ouderen (vroeger 65-plussers genoemd) groeit de komende jaren nog gestaag en de koopkracht onder onze doelgroep behoort ook tot de hoogste van alle leeftijdsgroepen. Zeker onder de hoger opgeleiden (toch een bovengemiddeld deel van ons publiek). In feite bedienen we dus een groeimarkt met onze gezangen – ik weet niet of elk koorlid zich daarvan bewust is. Natuurlijk, het zou mooi zijn als onze luisteraars wat vaker hun kinderen van hun drukke werkzaamheden zouden kunnen wegsleuren en ze verleiden naar onze uitvoeringen te komen luisteren. Of hun kleinkinderen achter hun mobieltjes vandaan weten te sleuren.

 

Marketing

Maar er liggen dus kansen. Ouderen willen graag, nog steeds traditiegetrouw in het weekend, vermaakt worden. Met méér dan muziek alleen, zo is mijn overtuiging. Met een commercieel woord wordt dat marketing genoemd. Maar nu de subsidiepotten steeds meer opdrogen en ook amateurgezelschappen gedwongen worden hun eigen broek op te houden, is dat geen vies woord meer. Tijd om ons eens te verdiepen in de marketingmogelijkheden die Maqam biedt. In een korte reeks blogs leg ik uit wat de ideeën zijn van waaruit we proberen mensen te interesseren voor de mooie muziek die we elk jaar weer brengen. Uiteindelijk kan een koor toch niet zonder publiek?

Hans Hautvast